Kadastraal inkomen en onroerende voorheffing

Na de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning bezorgt het gemeentebestuur een exemplaar van je plannen aan het kadaster.

De administratie van het kadaster kent aan alle bebouwde en onbebouwde onroerende goederen een kadastraal inkomen (KI) toe. Dit KI is het fictieve netto-inkomen dat het goed geacht wordt jaarlijks op te brengen. De toekenning gebeurt volgens bepaalde objectieve criteria en volgens barema‘s opgesteld op 1 januari 1975. Door vermenigvuldiging met het indexcijfer krijg je de huidige reële bedragen.

Het kadastraal inkomen vormt de basis voor de berekening van je onroerende voorheffing, een belasting die je als eigenaar jaarlijks moet betalen. Het totale bedrag van de onroerende voorheffing wordt in drie delen opgesplitst: een deel voor het gewest, een deel voor de provincie en een deel voor de gemeente. Deze percentages zijn bekend als de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke opcentiemen.

In bepaalde gevallen kan je een vermindering van de onroerende voorheffing genieten. Dat is bijvoorbeeld het geval als je eigenaar bent van een bescheiden woning. Andere verminderingen zijn specifiek naar de bewoner van de woning gericht. Dat kan de eigenaar zelf zijn of een huurder. Als het over een huurwoning gaat, komt de vermindering dus ten goede van de huurder. Omdat de onroerende voorheffing echter niet ten laste van de huurder valt, wordt de vermindering toegekend aan de verhuurder (eigenaar) en mag de huurder het bedrag aftrekken van de huurprijs.

Info over deze verminderingen kan je krijgen bij de Vlaamse Belastinglijn: 078 15 30 15.