Schriek

Schriek werd al vermeld in 1125. Samen met het gehucht Grootlo vormde het vanaf de 14de eeuw de heerlijkheid ’Schriek en Grootlo‘, die deel uitmaakte van het Land van Mechelen (hertogdom Brabant).

Vandaag is Schriek voornamelijk een woondorp met vrij rechtlijnig stratenpatroon, beperkte landbouwbedrijvigheid en enige tewerkstelling in diamant- en bouwsector.
De zandstenen toren van de hoofdkerk, toegewijd aan Sint-Jan-Baptist, dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de 14de eeuw. De kerk telt in totaal vijf altaren, een unicum voor de streek.

Bekend in de regio Heist is de Sint-Bernarduskapel, die mogelijk de oudste kapel van het Vlaamse land zou zijn. Volgens de archieven zou ze dateren van vóór 1565. In 1864 werd de kapel voor een eerste maal afgebroken bij de aanleg van de steenweg Putte - Schriek, en het jaar nadien weer opgebouwd. In 1991 heeft men de kapel opnieuw afgebroken; in 1994 verscheen ze weer in vernieuwde, maar identieke vorm.

Het gehucht Grootlo ten slotte, in oorsprong vermoedelijk een Frankische nederzetting, strekt zich uit over de gemeenten Schriek, Tremelo en Keerbergen. Het centrum bevindt zich op grondgebied Schriek en wordt gekenmerkt door algemene lintbebouwing. Grootlo werd een autonome parochie sinds 1906.