Huren en verhuren

Als huurder sluit je met de eigenaar van een woning een huurovereenkomst af waarin de rechten en plichten staan van beide partijen en de termijn waarbinnen deze rechten en plichten van toepassing zijn.

Huurovereenkomsten vallen onder de woninghuurwet. Die wet streeft een evenwicht na tussen de rechten van de verhuurder en de belangen van de huurder. De woninghuurwet is alleen van toepassing op de huur van woningen die dienen als hoofdverblijfplaats van de huurder en dat met toestemming van de verhuurder. De huurder moet dus effectief en voornamelijk in de gehuurde woning wonen.

Alleen de geschreven huurovereenkomsten van bepaalde duur die voor 28 februari 1991 werden afgesloten, ontsnappen aan de toepassing van de huurwet.
Een bestaande overeenkomst tussen huurder en verhuurder kan schriftelijk of mondeling zijn vastgelegd. Sinds 15 juni 2007 moet iedere huurovereenkomst echter verplicht schriftelijk worden afgesloten. Elke partij moet een exemplaar van deze overeenkomst krijgen. In de praktijk zullen er dus altijd minstens drie exemplaren nodig zijn: een voor de huurder, een voor de verhuurder en een voor de verplichte registratie van het contract.